25-04-07 22:00
Vandaag stond ‘online uitgeven’ centraal in een door InCT georganiseerd congres in Bussum. Tijdens een aantal sessies werden diverse aspecten van het online uitgeven belicht, zoals de bedrijfsmodellen die van toepassing zijn, technische ontwikkelingen en natuurlijk auteursrechtelijke haken en ogen. Eburon-uitgever Wiebe de Jager was erbij en doet verslag.
Online uitgeven stond tot voorkort nog synoniem voor het online zetten van bestaande boeken of magazines. Dat is allang niet meer zo; informatie wordt op maat gepubliceerd, voorzien van metadata, doorzoekbaar gemaakt en hergebruikt.
Veel uitgeverijen worstelen echter nog met de bedrijfsmodellen die van toepassing zijn op online uitgeven. Want hoe verdien je geld aan online publicaties?
De eerste spreker, Peter Wiegman, liet zien hoe consumenten steeds meer tijd besteden aan online media. Doordat deze doelgroepen veel duidelijker gedefinieerd en benaderd kunnen worden zien adverteerders veel potentie in het plaatsen van advertenties bij relevante content. Veel online uitgaven leveren zelf geen geld op en zodoende moeten uitgevers het hebben van de advertentie-inkomsten.
Google Zoeken naar Boeken
Interessant was het verhaal van Brill’s business developer Matthias Wahls. Brill is een gevestigde academische uitgeverij met veel aanzien in binnen- en buitenland. Mede daardoor werd Brill benaderd door het Zoeken naar Boeken-programma van Google, om als één van de eerste uitgevers mee te werken aan het digitaliseren van boeken. Gezien de missie van Brill – het zo breed mogelijk ontsluiten van academische informatie – werd dankbaar gebruik gemaakt van dat aanbod.
Google heeft het merendeel van Brill’s backlist ingescand en doorzoekbaar gemaakt. Dat leidt tot veel extra verkopen, oude titels die jarenlang stof verzamelden gaan weer lopen. Interessant gegeven is dat Brill geen expliciete toestemming heeft gevraagd aan haar auteurs voor het inscannen en doorbladerbaar maken van boeken. “In de boekenwinkel kan men toch ook enkele pagina’s bekijken voordat men een boek koopt, dat snapt elke auteur”, aldus Wahls.
Leeromgevingen
Peter Smit van HB uitgevers ging vervolgens in op het online uitgeven voor leeromgevingen. De uitgeverij maakt online kennismodules (soms in combinatie met een ‘ouderwets’ leerboek) en verkoopt deze kant-en-klare kennismodules aan hogescholen. Studenten loggen in met hun studentcode en kunnen na afgerekend te hebben direct aan de slag met de lesstof.
|
|
|
Lees meer over online uitgeven:
Transforming Publishing for Industry Using Digital Strategies
 How will publishers develop in the Internet age? Given the demand for new ideas and innovation to provide better levels of service and to help develop the economy overall, this key question is particularly important to readers in industry. With the interactivity of the new media publishers have an opportunity to do much more than provide information. Bestel dit boek
| |
Auteursrecht
De auteursrechtelijke aspecten van online uitgeven werden besproken door Michel Frequin van het Nederlands Uitgeversverbond. Het hergebruiken van content, het online aanbieden van informatie, het gebruik van multimedia leiden allemaal tot ingewikkelde auteursrechtelijke vraagstukken. Want hoe konden uitgevers tien jaar geleden voorzien dat hun boeken weer beschikbaar werden gemaakt via Google of via printing on demand?
Frequin benadrukte het belang van goede contracten tussen auteur en uitgever, waarin ruimte is voor hergebruik. Uitgevers moeten toe naar licentieovereenkomsten waarbij vooraf afspraken worden gemaakt over de afdracht van een deel van de opbrengst van online producten.
Portalen
Dat online uitgeven voor sommige uitgevers in korte tijd heeft geleid tot een volledig ander bedrijfsmodel bleek wel uit de presentatie van John Nouwens van Kluwer. De uitgeefproducten van Kluwer worden voornamelijk op de zakelijke markt gebruikt. Bijvoorbeeld door advocaten, die op één portal alle relevante informatie kunnen vinden; niet alleen wetteksten en jurisprudentie, afkomstig van Kluwer, maar ook informatie van andere uitgevers. Het bedrijfsmodel gaat niet meer uit van het afnemen van kant en klare publicaties, maar van de verkoop van op maat gemaakte abonnementen.
Bedrijfsbreed moest iedereen wel anders gaan werken, volgens Nouwens. Uitgevers waren immers gewend aan publicaties die op een gegeven moment ‘af’ waren, bovendien werd veel informatie in meerdere publicaties gebruikt. In een online omgeving is dat anders; redundantie moet zoveel mogelijk voorkomen worden en het product is nooit af. Er wordt continu informatie bewerkt, toegevoegd of verwijderd. Bovendien wordt er flink geïnvesteerd in metadata (trefwoorden, samenvattingen, datum, auteur, versie), zodat informatie door middel van filters op allerlei wijzen ontsloten kan worden, en gelijkvormigheid van informatie, om verwarring bij de lezer te voorkomen.
Lezers zoeken auteurs
Nouwens gaf een aardig voorbeeld van hoe het uitgeefmodel aan het veranderen is; vroeger zocht de uitgever lezers bij een auteur, nu biedt de uitgever de lezer de mogelijkheid om zelf te kiezen uit een palet van auteurs; de lezer bepaalt immers welke stukjes informatie hij tot zich neemt. De toekomst gaat nog verder, daar komen lezers direct in contact met auteurs en vice versa. Nouwens noemde in dit verband de ontwikkeling van web 2.0, waarbij alles draait om interactie tussen lezer en auteur. Interessant is de vraag wat dan de rol van de uitgever wordt.
Ruimte voor hype
In de parallelsessies werd een keur van onderwerpen behandeld. Natuurlijk was er daarbij ruimte voor hype: web 2.0, long tail, crossmediaal uitgeven, user generated content, Twitter en Hyves; het zijn de toverwoorden waarmee sommige marketing-boys en girls uitgevers verleiden tot kostbare investeringen in ICT infrastructuur, die volgens mij lang niet altijd zullen leiden tot een winstgevend business model.
Maar andere presentaties gaven wel aan dat content management systemen, gekoppeld aan redactiemodules en aan verschillende uitgeefkanalen (web, print, audio, video) volwassen beginnen te worden. Het is nog wel even wennen voor auteurs en redactieleden, want de rolverdeling is aardig veranderd. Helemaal nu ook de consument zich roert en in toenemende mate wordt gezien als bron van waardevolle content (denk aan vergelijkingssites, weblogs, youtube, et cetera). Wie is dan nog de auteur en wie is de lezer?
Opmerkelijk is dat uit alle verhalen blijkt dat online uitgeven niet betekent dat men fundamenteel andere dingen is gaan doen; Brill maakt nog altijd academische publicaties, Kluwer ontsluit nog altijd teksten voor 'oude' doelgroepen als juristen. Schoenmaker, blijf bij je leest, dat was ook de strekking van de presentatie van dagafsluiterster Indira Reynaert. Maar let wel op de komende generatie scholieren en onderzoekers, deze zullen online content als belangrijkste bron gaan zien voor hun studie en onderzoek.
Be there and you'd better be online.
En Eburon?
Een zeer interessante dag dus, maar wat betekent dit allemaal voor ons? Eburon bedient een aantal nichemarkten die zich moeilijk in één bedrijfsmodel of systeem laten gieten. Proefschriften en monografieën zijn eenmalige publicaties, waarvan de content zelden (in ongewijzigde vorm) hergebruikt kan worden. Bovendien werken onze auteurs niet in opdracht van onze uitgeverij, dus van meegroeien in een bepaald content management systeem is geen sprake.
Portalen à la Kluwer zitten er voor ons dus niet in, en we zullen het ook niet van advertentie-inkomsten moeten hebben, omdat de doelgroepen van veel van onze publicaties gewoon te klein zijn. Waar ik wel veel toekomst in zie is het ontsluiten van boekinformatie via Google Zoeken naar Boeken (deden we al, maar dat kan op een grotere schaal). Ook gaan we experimenteren met een online database- en opmaaksysteem waaruit naar believen publicaties gegenereerd kunnen worden (waaronder in boekvorm). En we starten binnenkort met een nieuw uitgeefexperiment, met als doelgroep managers en leidinggevenden. Maar daarover later meer.